logo

Het gemengd korps in 1950

Op 30 maart 1950 bezit de stad Mechelen een "Gemengd brandweerkorps" dat bestond uit beroepspompiers en een deel vrijwilligers. Het bestond uit:

Het beroepskorps bevatte 19 man, waaronder:

  • 1 bevelhebber (waarnemend)
  • 2 d.d. Officieren
  • 1 eerste sergeant
  • 1 sergeant fourier
  • 1 d.d. sergeant
  • 2 korporaals
  • 6 autovoerders
  • 1 paswerker
  • 1 smid-lasser
  • 1 houtbewerker
  • 1 metser-betonbewerker
  • 1 fatsoensnijder

autopompDe dienst van het beroepskorps bestond uit 2 compagnies van elk 8 man + 1 officier, zij verzekerder de dienst om beurt gedurende 24 uren onder leiding van de bevelhebber.

De heer Thues trad als bevelhebber in dienst op 15 november 1950, ingevolge zijn samenstelling door de Gemeenteraad van 2 oktober 1950, bekrachtigd door de heer Gouverneur op 21 oktober 1950, dit in vervanging van de heer Emiel De Coster die waarnemend bevelhebber was.

De vrijwilligers:

Waren op dat moment met 36 man, zijnde 1 luitenant, 1 onder-luitenant, 2 sergeanten, 1 korporaal en 31 brandwachten. De heer Leopold Noëz nam na zijn eerherstelling door het gerecht terug dienst als luitenant bij de vrijwilligers. In totaal bestond het korps dus uit: 19 + 36 = 55 man.

Het huishoudelijk reglement

De opkomende wacht zal om 7.45 u de dienst aanvatten onder toezicht van de politiewacht. Na overgave van dienstzaken en materieel zal om 7.55 u na de naamafroeping de afzwaaiende wacht de kazerne verlaten. De dagindeling zag er als volgt uit:

  • Om 8.00 u na de naamafroeping, oefening met materieel of theorie tot 9.00 u
  • Van 9.00 u tot 12 u onderhoud van de kazerne en materieel
  • Vanaf 9.00 u zullen de aangeduide brandwachten werken in de stadsgarage tot 12 u en van 14 tot 18 u.
  • Van 14 u tot 15 u turnen
  • Van 15 u tot 16 u theorie met autovoerders over stad en gebouwen
  • Tot 18 u onderhoud kazerne en materieel
  • Het wekken zal geschieden om 06.30u waarna de lokalen dienen gereinigd te worden.
  • De afzwaaiende autovoerders zullen aan de posstoverste de stand van de benzine opgeven.

De autovoerder van de 2e wagen staat in voor de centrale verwarming. Deze zal geregeld worden as volgt:

  • Als het niet vriest, verwarmen van
    • politiewacht, burelen officieren, de eetzaal en ontspanningszaal van 10 tot 12 u en van 18 tot 22 u. Turnzaal van 13 tot 14 u.
  • Bij vriesweer:
    • zal de ganse kazerne verwarmd worden.

Huishouding

In iedere compagnie werd er een huishoudoverste gekozen, die een middagmaal, koffie en avondmaal zal verschaffen, hij moest tevens de kantine runnen onder toezicht van de postoverste. Hij moest instaan voor de keuken en keukenuitrusting. De eetmalen werden genomen van 12 tot 14 u en van 18 tot 19 u.

Bezoek

Het was aan de manschappen toegelaten, een kortstondig bezoek te ontvangen. In de kazerne of lokalen van de brandweer werd niemand toegelaten, uitgezonderd zij die een bewijs hadden van het gemeentebestuur en de leden van de Gemeenteraad.

Dienst van de sergeant in de kazerne

De sergeant is in het bijzonder gelast met de uitvoering van al de treffen maatregelen in verbang met de inwendige orde. Hij doet de naamafroeping om 7 u 55, 8 u en 14 u en ziet de de houding en de kledij van de manschappen na. Op zondag en feestdagen begint het appel om 9 u. Hij doet elke dag nazicht van de gereinigde lokalen en ziet na of de opgelegde taken ook uitgevoerd worden.

Hij heeft toezicht over het middag en avondmaal. Hij geeft zich rekenschap dat wacht en waakdiensten geleverd worden. Om 18 u, na de karweien en onderhoudswerken, doet hij een algemeen nazicht van de uitegvoerde werken. Hij ziet de verlichting na en doet om 22 u een controle in de kazerne en dooft de lichten om 22.15 u.

Hij is verantwoordelijk tegenover de officier voor wat zijn dienst betreft. Hij geeft praktische oefeningen met materieel en geeft onderricht waaronder; kennis van de stad, gebouwen en watervoorziening onder toezicht van de officier van dienst.

Dienst van de korporaal

In de kazerne: hij is als kameroverste verantwoordelijk voor de reinheid, orde en tucht in de slaapkamer. Om 22.15 u zal hij de lichten in de slaapkamer doven. Hij moet bij het reinigen van de lokalen mee toezicht houden en behulpzaam zijn. Bij afwezigheid van de sergant zal hij deze vervangen.

Bij brand: Hij voert met de bevelvoerende officier de verkenning uit. Hij brengt de bevelen van de officier over aan de sergeant. Hij verzekert de telefonische verbinding tussen de brand en de kazerne en vervoegt nadien de werkploeg.

In de schouwburg: vóór de vertoning als d.d. postoverste. De brandwachten moeten een half uur voor de vertoning aanwezig zijn. Hij voert een bespreking met de hoofdelektrieker-machinist. Dweilen en brandweermateriaal verdelen, de manschappen op de verschillende posten plaatsen en elk zijn orders geven en nagaan of ieder zijn dienst kent. Hij controleert of er emmers en een handpomp met water gevuld zijn.

Bij brand in de schouwburg: De ijzeren voorhang neerlaten. Alarm laten werken en de kazerne telefonisch verwittigen. Hij zal de officier van dienst verwittigen. Hij zal de bevelen van de officier die de blusverrichtingen leidt, uitvoeren in afwachting van de aankomst van de hulpwagen.

De dienst van de telefonist

Hij zal iedere telefonische verbinding, zowel ontvangen en inschrijven in een hiervoor bestemd register. Hij zal de gesprekken beleefd, zakelijk en correct voeren. Bij ontvangst van een oproep zegt hij: "De brandweer luistert". Bij oproep vangt hij aan met: "Hier de brandweer". Bij een oproep voor brand, hulp en gekwetsten, waterleidingsbreuk of schouwbrand vraagt hij:

  • Brand
    • naam; adres en telefoonnummer van de oproeper. Wat er aan het branden is en of er personen in het brandend huis te redden vallen. Hij herhaalt nogmaals het opgegeven adres van de ramp.
  • Gekwetsten
    • naam, adres en telefoonnummer van de oproeper. Hoeveel gekwetsten er zijn (lichte of zware kwetsuur), hij herhaalt het opgegeven adres van het ongeval.
  • Waterleidingsbreuk
    • (door politie of buren opgeroepen) herhaalt adres, naam van oproeper.

Het verlof werd in tweemaal genomen en moest twee dienstdagen op voorhand bij de sergeant van de compagnie worden aangevraagd. Die maakte de vraag over aan de officier van dienst.

Deze regelt en de bevelhebber bekrachtigd het verlof. Spoedverlof werd alleen toegestaan de door de bevelhebber.

Het spreek voor zich dat de visie en manier van werken in de jaren '50 nog een gevolg was van het militaristisch korps begin 20e eeuw. Vandaag is de werking van het korps gebaseerd op een heel andere structuur. Er werd heel nauw gekeken op orde en tucht in de kazerne. Hieronder enkele voorbeelden ...

Tucht:

  • De tucht bestaat uit: de hoogst mogelijke orde, de stipte uitvoering van de bevelen zonder de minste tegenspraak en de onverlijdelijke bestraffing van de geringste nalatigheden.
  • Ieder lid van het brandweerkorps moet een regelmatig leven leiden. Lasteren en vloeken worden niet geduld.
  • De ondergeschiktheid is de grondlaag van de tucht. Elk lid van het korps van welke staat of rang hij ook mag zijn. Zo is de brandweerman-autovoerder eerbied en gehoorzaamheid verschuldigd aan de korporaal, de korporaal aan de sergeant, de sergeant aan de onder-luitenant enz. In dezelfde graad geldt het aantal jaren dienst in die graad.
  • Ook buiten de dienst zal een mindere zijn meerderen de eerbied bewijzen.

Al wie zich niet kon vinden in allerlei tuchtmaatregelen en hier tegen zondigde wachtte een strafmaatregel. De opgelegde straf werd bekrachtigt door de bevelhebber. Hij kon de straf ook kwijtschelden.

De eerbiedsbewijzen

Art.1Rio Als meerderen dienen beschouwd: De Koning, de Gouverneur, Burgemeester, Schepenen, Gemeenteraadsleden, Politieofficieren van de stad Mechelen, elk lid van het Mechels brandweerkorps dat in rang hoger staat of dat langer in dienst is.

Art.2 De groet: de rechterhand brengen aan de klep- of helmrand juist boven het rechteroog. De groet moet steeds ongedwongen uitgevoerd worden en duurt vier stappen. Alle brandweerlieden die een meerdere ontmoeten, groeten zodra deze op zes stappen genaderd is.

Art.3 De eregroet: elk brandweerlid in kledij dat de koning of een begeleid brandweer of regimentsvaandel van het leger tegenkomt, maakt halt en groet tot dat deze voorbij getrokken is.

Art.7 Houding in de kazerne: Wanneer een officier een kamer of lokaal binnenkomt, roept de eerste man die hem ziet:
"Tot de orde". Op dat bevel houden al de manschappen die zich in het lokaal bevinden op met hun bezigheden en nemen de houding aan. Wanneer een onderofficier een slaapkamer bezoekt, wordt er gehandeld als voor een officier, maar nu roept men: "Aan uw bed", de manschappen zetten zich in houding aan de voet van hun bed. Dit geldt niet voor de manschappen die zich reeds in bed bevinden.

Art.8 Groet aan de brand: Aan de brand wordt alleen gegroet door de overste van de hulpploeg ter plaatse, en door brandweerlieden wanneer zij bij een meerdere verslag uitbrengen of inlichtingen verschaffen.

Art.9 Beleefdheidsgroet aan burgers: De van dienst zijnde brandweerlieden, aangesproken door burgers nemen een correcte houding aan en beantwoorden elke groet. Zij zullen steeds beleefd en vriendelijk de gevraagde inlichtingen verschaffen voor zover zij die mogen geven.

Jaarverslag 1952

Op 29 mei 1953 werd door bevelhebber Jozef Thues een jaarverslag openbaar gemaakt.

1. Samenstelling van het korps

De brandweer van de stad Mechelen bestaat uit een beroeps-en een vrijwilligerskorps. Het beroepskorps werd in de loop van het jaar 1952 van 19 op 23 man gebracht. 1 bevelhebber, 2 officieren, 1 sergeant, 1 d.d. sergeant, 2 d.d. korporaals en 16 manschappen.

Sergant B. Foste werd vanaf 1 mei 1952 op pensioen gesteld, brandweerman Wens werd geschorst vanaf 11 juni. In hun vervanging werd voorzien door twee tijdelijke brandweermannen vanaf 16 augustus 1952.

Het vrijwilligerskorps van 35 man bestaat uit: 1 luitenant, 1 onderluitenant, 1 sergenat, 2 korporaals en 30 manschappen. In totaal bestaat het korps uit 23 + 35= 58 manschappen en staat onder leiding van de bevelhebber.

Oefeningen en dienstregeling

De twee compagnies van het beroepskorps, elk van 10 manschappen + 1 officier, verzekeren om beurt de diensst gedurende 24 uren, onder leiding van de bevelhebber.

In de loop van 1952 kregen de manschappen van het beroepskorps ook de nodige opleidingen .

Oefening, theorie en turnles
Er werden in totaal 223 uren oefening, 197 uren theorie en 227 uren turnles aan het beroepskorps gegeven.
Evolutie
Gewestelijke groep

In uitvoering van art. 5 van het K.B van 15 maart 1935, is Mechelen het centrum van een gewestelijke groep. Deze groep bestond uit volgende gemeenten: Mechelen (centrum), Bonheiden, Heffen, Hombeek, Leest, Walem, O.L.Vrouw-Waver, St.Kat-Waver, Rijmenam, Keerbergen, Muizen, Weerde en Zemst.

Al deze gemeenten waren contractueel aangesloten bij het centrum Mechelen waarvoor zij een jaarlijks een vast recht van 2,50 Bf + 1.000 Bf per oproeping.

Het vaandel

Het vaandel van de brandweer berust bij de korpsoverste. Het is het zinnebeeld van eendracht en moet aanzien worden als het verheven sysmbool van de korpsgeest en de plicht voor elke brandweerman.

De wacht van het vaandel bestaat uit een korporaal-vaandeldrager en twee brandweermannen welke hem begeleiden. Het wordt gedragen bij:

  • een plechtigheid waarop het korps door minstens tien man vertegenwoordigd is
  • bij een rouwhulde

Wanneer een Belgisch vaandel aanwezig is zal het vaandel van de stedelijke brandweer achter het eerste gedragen worden op een afstand van vier meter.

De straffen

Wanneer een lid van het personeel zich schuldig maakte aan een tekortkoming, is het de commandant toegelaten hem een arrest op te leggen van vier dagen.

De persoon in kwestie moet tijdens zijn vrije dagen bij de oefeningen in de kazerne aanwezig zijn van 9 tot 11 u en van 14 tot 14 u voor elke dag arrest. De overige uren moet hij thuis vertoeven.

Dergelijke bestuurlijke maatregel waartegen GEEN BEROEP kan aangetekend worden, is geen tuchtmaatregel en mag niet in het strafwetboek worden ingeschreven.
Er dient een onderscheid gemaakt tussen:

  • 1. een straf voorstellen
  • 2. een straf bepalen
  • een straf bekrachtigen

De commandant heeft het recht een straf door een officier voorgesteld te wijzigen of zelfs in te trekken. In al de gevallen moet de beschuldigde gehoord worden door de officier die de straf bepaalt.

Dit huishoudelijk reglement werd opgesteld door toenmalig bevelhebber Kapitein-Commandant Jozef Thues.
Lees ook ...
Generic placeholder image

De grote stadsbrand in Chicago (Illinois) in 1871. Het hele verhaal op:

The Great Chicago fire

In 1952 waren er in de stad 28 branden en 21 schouwbranden geweest. Buiten de stad waren er dat 11.
De bijdragen van de aangesloten gemeenten bedroegen in totaal: 167.908 Bf.