De werking van het brandweerkorps

Voor wat betreft de 19 en 20 eeuw werd vrijwel uitsluitend gebruikt gemaakt van het administratief archief dat aanvangt in 1855 en onder de benaming Vak 21 op het Stadsarchief te Mechelen bewaard wordt.

In 1878 beliepen de globale kosten over één jaar voor de brandweerdienst 1.300 Bf; een niet onbelangrijk bedrag voor die tijd. Hoe het zat met de uurlonen vernemen we pas veel later. In 1938 trokken stadswerklieden-pompiers niets binnen de diensturen. Andere pompiers kregen 7 Bf/u binnen het grondgebied Mechelen en 8 Bf daarbuiten.

Naast de voor de hand liggende dienst bij brand waren er echter nog andere "diensten" zoals praktische en theoretische onderrichtingen, de oefeningen, het testen van het materiaal in het bijzijn van de gemeentelijke overheden en tenslotte de dienst in het theater.

In de periode van het gewapend korps kwamen daar nog militaire oefeningen en inspecties, en verder soms ordehandhaving of opstappen i optochten enz... bij. Een ander nog niet behandeld aspect vormen de boeten.

Het tuchtreglement van commandant Hertsens voorziet boetes tussen 0,25 Bf en 5 Bf, maar in een overzicht van de boetes van 1896 wordt ook wel van boetes van 10 Bf gesproken.

Verder is er de geneesheer die elk jaar een staat van dienst inlevert voor het "visiteren" van de lijken van drenkelingen.

(Beweeg met de muis over de foto voor de verklaring)

Uiteindelijk hadden ook de oorlogsomstandigheden hun invloed op het verloop van de dienst zoals in 1915 toen een reorganisatie op Duits bevel werd doorgevoerd.

De pompiers van "speciale papierscheine" voorzien werden om ongehinderd ook 's nachts te kunen circuleren in de stad, of na de Tweede Wereldoorlog toen nogal wat ontslagen, mutaties etc... werden uitgevoerd ingevolge de werking van een speciale onderzoekscommissie, die verdacht er verschillende officieren van collaboratie.

Tot slot, een kort overzicht van de toetsand der "Verdedigingsmiddelen tegen brand" in 1938, zoals die blijkt uit een enquèteformulier van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid.

Het korps eveneens op verschillende wijzen verzekerd. De begroting had in de vorige 4 jaren gewoonlijk rond de 30 a 56.000 Bf gelegen. Alleen in 1938 beliep de gewone begroting 67.000 Bf.

Tenslotte waren er hulpovereenkomsten afgesloten met volgende randgemeenten: Hever, Hombeek, Leest, Bonheiden, Rijmenam, OL Vrouw Waver en Walem. Deze gemeenten betaalden daarvoor gezamelijk 4.500 Bf jaarlijks. Bovendien kon de hulp gevraagd worden van het pompierskorps van het Arsenaal en dat van deStedelijke Maatschappij "De Vrije Woonst".

In totaal waren er 41 brandweerlieden waarvan er 39 vrijwilligers en 2 vaste of beroepsbrandweerlui. Bij de vrijwilligers waren er 2 officieren, 6 onderofficieren, 4 korporaals en 27 pompiers. In totaal waren 33 leden van het korps aangesloten bij de telefoon of een andere alarminstallatie.