Evolutie en geschiedenis van het brandweerkorps

Waar waren de pompiers gehuisvest

Sinds de oprichting van het korps in 1822 was de eerste locatie van de kazerne steeds gelegen in de Lakenhalle, (tegenwoordig het huidige stadshuis). Opvallend is wel vooraleer er een korps van beroepsbrandweerlui tot stand kwam, het materiaal zowat overal in de stad verspreid werd bewaard. Pas vrij laat, in de late 18e en 19e eeuw ging men meer en meer centraliseren, met name in de stadshallen, later de Bauwenstoren (nu het huidige stadhuis). Wellicht was dit het gevolg van de steeds stijgende complexiteit van de apparatuur (brandspuiten en slangen). Evenwel werd weldra ervaren dat deze centralisatie ook de efficiëntie van de brandbestrijding in hoge mate ten goede kwam.

HallestraatStadshallen-Bauwenstoren, deze bevond zich tussen de Befferstraat en Hallestraat, als Oostelijke begrenzing van het stadhuis. Voorheen was de Befferstraat afgesloten door middel van een poort, geopend in het tweede kwart van de 17e eeuw en nadien bebouwd met privé-woningen aanleunend tegen de 14e-eeuwse lakenhal; deze werden echter gesloopt voor de bouw van de Bauwenstoren (1844), de neogotische stadhuisvleugel (1900-1911) en de nieuwe bouw van 1975.

De Bauwenstoren stond op de hoek Hallestraat - Reuzenstraat en werd afgebroken in 1968.

In de periode van het gewapend korps, tot bij de Tweede Wereldoorlog was het materiaal ondergebracht in het zogenaamde "Hooimagazijn" aan de Minderbroedersgang. Een uitgebreid kloostercomplex (met onder meer een begijnhof, gastenverblijven en een infirmerie). Onder het Frans bewind werd in 1796 de orde verjaagd en de kapel gesloopt. Klooster en kerk werden gebruikt als militair hooimagazijn, stadsmagazijn en later brandweerkazerne. Mechelaars bleven sindsdien het schip langsheen de Minderbroedersgang, het Hooimagazijn noemen. In de jaren '50 van de 20e eeuw werden er gebouwen gesloopt om plaats te maken voor het Cultureel Centrum, de Academie voor Beeldende Kunsten en het Conservatorium.

BerthoudersppleinDaarna verhuisde men naar de Artilleriekazerne, (ook Groot Kwartier genoemd) die tussen de Zandpoortvest en het Berthoudersplein aan de andere kant van de stadsgracht lag. De ruiterijkazerne werd in 1757 opgericht onder het Oostenrijkse bewind en ze bleef bestaan tot na de Tweede Wereldoorlog, ze was bestemd voor de cavalerie en de artillerie. De bevolking noemde het complex de Paardenkazerne.

Tijdens de gemeenteraad van 28 maart 1932 werd er gesproken over het herinrichten van het bestendig korps. De toenmalige pompierskazerne aan de Minderbroedersgang zou ontruimd worden en alles verhuisde naar een deel van de oude cavaleriekazerne aan het Berthoudersplein, waar de alias het "Groot Kwartier" of Berthouderskazerne), vanaf dan dienst deed als opslagplaats voor de brandweer, tot 1908 was de rijkswacht hierin gevestigd.

De kazerne zelf werd in 1947 afgebroken om plaats te maken voor de nieuw te bouwen Rijksmiddelbare Jongensschool (juni 1949), in de deze school die men toen de R.M.S noemde heb ik later mijn schoolopleiding gevolgd. De grillen poort en de wachthuisjes op het Berthoudersplein bleven bewaard tot ze bij de bouw van een nieuwe vleugel aan de school in 1958 definitief geschiedenis werden.

DageraadstraatIn 1951 verhuisde men dan naar de Dageraadstraat, waarvoor de stad Mechelen in 1946 de voormalige meubelfabriek La Ligna had opgekocht, gebouwd in 1927 en met een operationele ruimte van 1.605 m² naar ontwerp van architect C. Van den Bergh, een voor die tijd moderne installatie. De familie Festraets-Bleeckx was eigenaar van de meubelfabriek La Ligna in de Dageraadstraat, het complex waarin vandaag de brandweerkazerne huist.

De fabriek deed eveneens dienst als stadsmagazijn. In het begin werden alle stadsdiensten waaronder; de reinigingsdienst, openbare werken, de waterleiding, e.a hier ondergebracht.

Maar in 1980 werden de NOVA gebouwen op de Grote Nieuwendijk ingenomen door de stadsdiensten waardoor de brandweer alleen overbleef. In 1981 werden vernieuwings- en vergrotingswerken uitgevoerd mits behoud van het bestaande betonnen skelet. Op 12 juni 1982 werd de kazerne volledig vernieuwd en voorzien van de voor die tijd alle nodig confort.

Toekomst

In 2019 zal de brandweer in Mechelen zijn intrek nemen in een nieuwe moderne kazerne aan de Nekkerhal. De Kempense aannemer Van Roey mag ze bouwen. Voor de administratie van de hulpverleningszone Rivierenland wordt een kantoorgebouw met vijf bouwlagen opgetrokken. Naast het kantoorgebouw verrijst een grote voertuigenhal die volledig vrij overspannen is. Eentje zonder kolommen, zodat we het snel uitrukken niet belemmeren.

Er is plek voor 24 grote interventievoertuigen. Voorts beschikt het korps ook over een oefentoren en een atelier. Voor de stock deelt de brandweer een gebouw met de uitvoeringsdiensten, maar wel met afzonderlijke ruimtes. Er wordt ook een carwash ingericht. Omwille van onze klimaatneutrale ambities wordt het kantoorgebouw een BEN-gebouw (Bijna Energie Neutraal).

Na vele jaren wordt onze trouwe stek in de Dageraadstraat gesloten en verhuizen we naar een modern complex aan De Nekker. Het is alleen een spijtige zaak dat men verder wil besparen op personeel, en men de voorkeur geeft om met vrijwilligers verder te gaan i.p.v te investeren in een beroepskorps, dit is terug naar af en zal de veiligheid van de burgers niet ten goede komen. Burgemeester Somers komt hiermee terug op zijn beslissing die hij nam in 2005, toen hij luidop verkondigde dat er in Mechelen nooit vrijwilligers zouden komen, het kan verkeren ...

Organisatie
de Lakenhalle

De bouw van de Lakenhalle begint ergens tussen 1311 en 1326 en moet een andere bestaande lakenhalle vervangen. Waar die eerdere lakenhalle stond is niet zeker, misschien op de huidige Grote Markt, misschien aan de kant van de Reuzenstraat? Of misschien op nog een andere plaats? We weten het niet ...

Het ging goed met de lakennijverheid in Mechelen. De stad bloeide, en men startte met de bouw van een handelsgebouw voor het laken én een belforttoren! Zoals in Brugge of in Ieper. Maar tijdens de tweede helft van de 14e eeuw werd er gestopt met de werken. Zoals zo vaak: geen centen !

Mechelen bleef achter met een onafgewerkte lakenhalle en vooral een onafgewerkte belfortoren ! Maar in het begin van de 16e eeuw, ging het weer beter in Mechelen. De Grote Raad werd opnieuw gevestigd in onze schone stede. En de lakenhalle was vervallen, een stadskanker.

Daarom plande men een serieuse verbouwing. Een vleugel, speciaal voor de Grote Raad, en het Paleis van de Grote Raad was geboren. Rombout II Keldermans, de stadsarchitect maakte een ontwerp, vandaar de naam: Keldermansvleugel.

Uit een opmetingsplan van Sebatiaan De Noter uit 1798, blijkt dat de gebouwen dienden voor: een grote en kleine speelhal, de oude academie, een brandweer-lokaal(tje), de stadswacht, en blijkbaar was een deel nog steeds in gebruik als “gevangenhuys”.

En rond 1840 maakt stadsarchitect F.J. Bauwens nieuwe plannen voor de verbouwing tot een multifunctioneel complex. De plannen voor het eerste cultuurcentrum, van het toen kersverse België, één van de economisch meest welstellende naties van Europa in die tijd!

De Bauwenstoren werd in 1968 afgebroken.

Nuttige links
Wist je dat?

De nieuwe brandweerkazerne komt achter de Nekkerhal in de Plattebeekstraat, ze zal in 2019 in gebruik worden genomen. Het wordt een B.E.N gebouw (Bijna Energie Neutraal)