De reglementering

Van een voorloper van het latere pompierskorps kan men spreken sinds 1839 wanneer de toenmalige Minister van Openbare Werken Nothomb een reglement uitvaardigt waarbij een korps van 41 brandweerlieden van de Centrale Werkplaats der Spoorwegen opricht.

Het is wel degelijk de bedoeling, zoals uit dit reglement blijkt dat dit korps ook buiten het domein van de spoorwegen, en dus in stadsdienst zou optreden.

Pas in 1859 geeft de stad Mechelen een nieuw reglement uit waarin duidelijk naast de verplichte brandweerlieden bestaande uit stadsambtenaren, stadswerklui en ambachtslui die geregeld voor de stad werken, maar ook vaste vrijwilligers vermeld worden die na aanvaarding door het College van Burgemeester en Schepenen in dienst kunnen treden. Dit is blijkbaar de voornaamste vernieuwing in vergelijking met 1822.

Reglement 1822Nergens wordt nog over occasionele vrijwilligers gesproken. Dit nieuwe korps krijgt ook een uniform, bestaande uit een stormhoed, een gordelriem en een vest in tegenstelling met de vroegere brandweerlieden die slechts heel oppervlakkige onderscheidingstekens droegen zoals een pluim of een armband.

Dit reglement blijft ongewijzigd tot het einde van de 19 eeuw toen men in het kader van een algemene tendens naar militarisme ging denken aan de inrichting van een gewapend pompierskorps.

Een vernieuwing van geringe betekenis was de oprichting rond 1887 van plaatselijke afdelingen vrijwillige pompiers op Nekkerspoel en Battel.

Zoals bekend bracht het ten top gedreven nationalisme van de "Belle Epoque" ook een extreem militarisme met zich, dat zou uitmonden in de Eerste Wereldoorlog.

In diezelfde sfeer waarin ook de gewapende Burgerwacht hoge toppen scheerde kon het moeilijk anders of ook de met uniformen uitgedoste pompiers gingen meer en meer menen dat er iets, en meer bepaals een wapen aan hun uitrusting ontbrak (wat daar ook het nut moge van wezen.)

De argumentatie ter zake in het verslag van de Bijzondere Commissie van de Gemeenteraad ter voorbereiding van de oprichting van degelijk korps in 1891 was inderdaad spitsvondig.

In 1894 was de oprichting van een "vrijwillig gewapend brandweerkorps" een feit en verscheen het Reglement van herinrichting.

Belangrijk verschil met het vorige was de duidelijke betreffende militaristische inslag.

Ingevolge art.39 van dit organiek reglement stelde de kapitein-bevelhebber Alfons Hertsens een "Reglement van Inwendige Orde" op dat ons heel wat leert over de interne gang van zaken. Afgezien van een aanvullend reglement op "De Dienst van het Brandspuitlokaa" (1898) en enige door de oorlogsomstandigheden noodzakelijke afwijkingen i.v.m de bewapening, bleef dit reglement blijkbaar van kracht tot na de Tweede Wereldoorlog, bij de oprichting van het vaste brandweerkorps.

Gemeenteraadzitting van 10 november 1896

Gezien de beraadslaging op datum van 19 november 1896, bij welke de Gemeenteraad van Mechelen wijzigingen brengt aan het instellend reglement van het gewapend korps vrijwillige pompiers, goedgekeurd door een KB op 16 augustus 1894.

Gezien art.128 der wet van 30 april 1836.

Het College van Burgemeester en Schepenen, Florimont Denis.