Waarom werd een burgerwacht opgericht ?

Omdat het jonge België nog niet over een georganiseerd leger beschikte, werden in de meeste steden gewapende korpsen opgericht om 'orangistische opstootjes' de kop in te drukken of een terugkeer van het Hollands leger af te slaan.

De Burgerwacht evolueerde geleidelijk naar een paradeleger. De Mechelse afdeling beschikte sinds 1848 zelfs over een eigen muziekkorps.

Dit burgerleger was een aanvulling op het bescheiden Belgisch leger en moest onder meer eventuele opstanden van de 'Oranje bezetters', onderdrukken en plunderingen voorkomen.

De wacht in 1830

De gebeurtenissen in 1830 zorgden ervoor dat er een nood was aan ordehandhaving. Zo organiseerden de notabelen van Brussel, onder het bevel van baron d'HOOGVORST een "garde bourgeoise". Op vele andere plaatsen ontstonden er soortgelijke bewegingen die zich "gemeentewacht" of "stadswacht" noemden.

Het voorlopig bewind brengt op 30 september en op 26 oktober 1830 arresten uit die deze groeperingen officieel maakt en ze verenigt onder de naam Burgerwacht.

Enkele richtlijnen uit deze arresten

  • 1° opdracht: waken over de toepassing van de wetten en handhaven van de algemene orde.
  • 2° opdracht: de onafhankelijkheid van België en zijn grondgebied vrijwaren.
  • De wacht wordt georganiseerd in iedere gemeente, in kleinere gemeenten worden eenheden per kanton gegroepeerd.
  • Alle gegradueerden worden verkozen.
  • De Wacht staat onder bevel van de minister van Binnenlandse Zaken, enkel in oorlogstijd komt de Wacht gedeeltelijk onder bevel van de Minister van Oorlog.
  • De Eerste Ban (alle mannelijke vrijgezellen en kinderloze weduwen tussen 21 en 30 jaar oud) wordt ingezet om de onschendbaarheid van het Belgisch grondgebied te vrijwaren.
  • De Tweede Ban (alle mannelijke vrijgezellen tussen 31 en 51) staat het leger bij in operaties op het grondgebied en neemt deel aan de verdediging van de strategische punten.
  • De Achterban (alle gehuwden) blijft steeds ter plaatse.
  • De Wachten moeten zich kleden op eigen kosten. De gemeente mag tot 2% van de bevolking kleden als deze laatste er zelf niet toe in staat zijn. De gemeente komt ook op voor de kosten van administratie en inwendige dienst.

Op 31 december 1830 voorziet een Koninklijk Besluit de vorming van formaties artillerie en cavalerie onafhankelijk van de infanterie in plaatsen met een zeker aanzien. De Wachten moeten zich kleden op eigen kosten. De gemeente mag tot 2% van de bevolking kleden als deze laatste er zelf niet toe in staat zijn. De gemeente komt ook op voor de kosten van administratie en inwendige dienst.

1835.

kledij burgerwacht

De kledij van de Burgerwacht, die bestond uit een bloes, wordt door de koning vervangen door een uniform gelijkend op dat van het lege (zie foto), , dit volgens de wet van 8 mei 1848.

Na de vrede van 1839 valt de Wacht zonder werk. De gebeurtenissen in Frankrijk in 1848 zorgen er echter voor dat alle gemeenten met een aantal inwoners hoger dan 3000 hun wacht moeten activeren.

Op 13 juli 1853 verzwakt een nieuwe wet deze activatie en moeten gemeenten met meer dan 10000 bewoners en de versterkte steden hun wacht actief houden.

De wet van 9 september 1897

Deze wet moest de Wacht een betere organisatie geven teneinde zijn dubbele opdracht beter te kunnen verzekeren.

Zo krijgt de burgerwacht in vredestijd de volgende taken opgelegd: Het patriottisme bevorderen, discipline aanleren en volgen, een betere militaire opleiding verkrijgen daar waar het mogelijk is, vooral bij de kaders.

In oorlogstijd:

  • steun geven bij de verdediging van de versterkte steden
  • steun geven aan het leger, vooral in het tot stand brengen van de verbindingen tussen de eenheden. En het leveren van de wachten aan bepaalde posten.

In de praktijk echter was dit alles een farce, officieren die gekozen werden brachten meer tijd door in kroegen dan bij hun manschappen. De opleiding was dus niet echt verzekerd.

De Wacht was zeker niet in staat het tweede deel van de opdracht tot een goed einde te brengen. Het loste wel de verwachtingen in bij het handhaven van de orde, ondermer bij de conflicten tussen de heersende politiek en de arbeidersbeweging.

Garde Civique

Bevelhebber van de burgerwacht Florimont Denis was tevens ook burgemeester en rechter van de stad Mechelen sinds 1884. Florimont Denis overleed op 76 jarige leeftijd, zijn paradedegen bleef bewaard in de stadscollectie.

De Burgerwacht opgericht na de Onafhankelijkheidsstrijd van 1830, neemt wel een eigen plaats in, in de prille geschiedenis van het Koninkrijk België. De Burgerwacht was vaak het mikpunt van volkse spot. Zovele liedjes over deze burgers/soldaten deden de ronde dat er vele boeken werden over geschreven.

Op de foto rechts staan de officieren van het Mechels korps (dat drie bannen telde) op het einde van de vorige eeuw. We herkennen van links naar rechts op de achterste rij : als derde dokter Tambuyzer, eerste Luitenant-geneesheer, en als vijfde Kapitein Verdonck, die aan de Van Benedenlaan woonde.

Verder zijn op deze rij nog afgebeeld (maar de juiste volgorde is niet bekend) Onderluitenant R.Tambuyzer, Kapitein Jean Steenbackers, Onderluitenant Van Sintfliet, Onderluitenant Van Peteghem en twee onbekenden.

Op de voorste rij staan Onderluitenant Boey (hij woonde op de Lange Heergracht) en Kapitein Peeters, oud-bankdirecteur aan de Bruul, en zitten Majoor Georges Lecomte en Kapitein Van de Mert.

Dit korps dankte haar legitimatie aan haar politioneel en militair optreden tijdens de nadagen van de Belgische revolutie. Om hun bezittingen te vrijwaren en opstootjes te smoren, hebben ook de Mechelse notabelen een plaatselijke militie gevormd.

Zoals elders ontaarde de burgerwacht in een paradeleger dat bij de officiële plechtigheden grote sier maakte, maar in werkelijkheid weinig betekende. Toen de macht van de burgerij na de Eerste Wereldoorlog taande, heeft de koning de organisatie ontbonden in 1920.

BurgerwachtIn totaal waren er midden 1831 in Mechelen ongeveer 2800 mannen dienstplichtig als burgerwachten, ingedeeld in drie compagnies. Alleen de eerste compagnie kon in geval van oorlog worden ingezet.

Hier maakte uitsluitend ongehuwde mannen en weduwnaars zonder kinderen tussen 21 en 30 jaar van deel van uit.

Op de foto rechts : ziet u een afdeling van de Mechelse burgerwacht, alias de 'gardeciviek' ('garde civique') marcheert op de Grote Markt.

Op de achtergrond : het toenmalige stadhuis, Den Beyaert, vandaag in gebruik als postgebouw. 'Straatjeugd' en omstaanders kijken toe.

Foto's van manifestaties van de burgerwacht, ook in andere steden, tonen vaak nieuwsgierige en geamuseerde kinderen die deze 'burgersoldaten' vergezellen. Dit lijkt de toenmalige reputatie van de burgerwacht als 'garde comique' te bevestigen.

De geschiedenis van de Mechelse burgerwacht was roemloos. De burgerwachten zochten en vonden allerlei drogredenen om zich aan de oefeningen en appèls te onttrekken. Verder was er een opvallend gebrek aan discipline. De 'garde civique' werd puur folklore.