Herinrichting van het pompierskorps in 1888

vrijwillig korps in 1859Er zijn veel klachten over onze pompiers, altijd komen de pompen te laat, drie kwart of een uur nadat de brand zich verklaarde.

En als de pompiers dan willen blussen, wordt men gewaar dat het materiaal niet deugd en onbruikbaar is, de pompen werken niet of de slangen barsten.

En inderdaad ons pompierskorps was verre van up-to-date zeker in vergelijking met veel steden van dezelfde grootte.

De leden van de commissie waren het grondig eens en richtte haar onderzoek op drie voorname punten namelijk : is de huidige inrichting niet verouderd en welke middelen zijn nodig om ze te vernieuwen, welke verbeteringen moeten wij aan het materiaal en uitrusting aanbrengen en op welke wijze kan de dienst in geval van brand heringericht worden !!

De leden van de commissie waren het allen eens en stelde voor om in de stad Mechelen een "gewapend pompierskorps" samen te stellen, dit werd trouwens door een KB vastgelegd. Dit systeem bestond reeds in andere steden waaronder; Schaarbeek, Dendermonde en Doornik en wierp overal zijn vruchten af. In al die steden vormden de pompiers als het ware een keurkorps.

Het korps zou bestaan uit : kapitein-bevelhebber, luitenants, onderluitenants, twee geneesheren-officieren, onderofficieren, korporaals en pompiers in totaal 80 man. De pompiers werden in twee secties verdeeld, de ene sectie was belast met de dienst der brandspuiten, de andere had een orde-en politiedienst. Iedereen ging een verbintenis aan voor 5 jaar.

Ons brandweerkorps in 1937 voor hun toenmalige huisvesting in de Bauwenstoren van het stadhuis in de Hallestraat. Men ziet het wagentje met de opgerolde slangen, de schuifladder van 14 m, de handpomp met bel en nog een stootwagen met ladders; In het midden staat commandant Jacques De Coster, links van hem Lt. Paul Noëz welke De Coster opvolgde als commandant, rechts broer Louis Noëz. De tweede van rechts met lederen vest is Emiel De Coster, zoon van Jacques welke in 1945 commandant werd.

Bekijk de foto !

De pompiers hadden een werktenue, een touw met ijzeren haak en een bijl, ook hadden ze een uitgangstenue, deze laatste werd aangekocht op kosten van de pompiers zelf. De bewapening van de officieren was op hun eigen kosten.

De leden van het brandweerkorps werden ontslagen uit de Burgerwacht, men kon de twee niet combineren. De pompiers moesten niet alleen gewapend optreden tijdens plechtigheden en feesten, maar konden ook ingezet worden bij wanordelijkheden die echter niet zwaar genoeg waren om de Burgerwacht op te vorderen.

Hallestraat

Foto rechts : Groepsportret van de brandweer met ladderwagen voor hun kazerne in de Bauwenstoren, onderdeel van het stadhuis, circa 1935 Beschrijving: De Bauwenstoren stond op de hoek Hallestraat - Reuzenstraat en werd afgebroken in 1968. De foto is genomen vanuit de Desiré Boucherystraat. 

Er werd ook een hulpkas opgericht die de pompiers bij ziekte of geneeskundige verpleging gratis bijstand gaf. Een ander punt was de oprichting van kleine pompierskorpsen in verschillende wijken van de stad.

Voordien had het brandweerkorps van Nekkerspoel reeds zijn diensten bewezen. Er werden korpsen opgericht in de wijken van Battel, Hanswijk de Bercht en Hombeeksesteenweg.

De totale kosten voor deze herinrichting werden geraamd op 10.000 oude Belgische Franken. Deze grote verandering werd goedgekeurd in vergadering van 14 juli 1891 door de gemeenteraad onder leiding van Burgemeester Frans Broers.