Evolutie en geschiedenis van het brandweerkorps

Brandweerkorps van het Arsenaal

In de 19e eeuw werd Mechelen het centrum van het Belgische spoorwegennet. De Belgische Staatsspoorwegen vestigden er vanaf 1835 hun centrale werkplaats, waar het onderhoud van de treinen gebeurde. Deze werkplaats heette al snel 'het Arsenaal'. De verklaring voor deze benaming ligt aan het feit dat een eerste voorlopig spoorwegatelier werd ondergebracht in het oude dominicanenklooster in de Goswin de Stassartstraat nabij de Edgard Tinellaan, dat sedert de Franse Revolutie omgevormd was tot infanteriekazerne en wapenarsenaal. Ook op de nieuwe locatie werd het werk aanvankelijk verricht door werkkrachten uit deze legerwerkplaats en werd al snel naar de Centrale Werkplaats verwezen met de benaming "arsenaal" en "arsenaalmannen".

Arsenaal aan de LeuvensesteenwegDe industrialisatie van Mechelen kreeg een sterke impuls, toen hier de Centrale Constructiewerkplaats van de Belgische spoorwegen gevestigd werd op de gronden gelegen tussen het station en de Leuvensesteenweg.

De foto rechts toont de ingang van de centrale werkplaats langs de Leuvensesteenweg in 1914. Omstreeks 1890 waren er 3.500 arsenaalmannen, bijna een vierde van alle industriearbeiders in Mechelen.

Eerst kwam er een lokomotiefdepot, dan werkhuizen voor de herstelling van deze lokomotieven, een atelier voor rijtuigschilders. Gestart werd met 200 arbeiders.

Het 'Arsenaal' dat vanaf 1839 in werking trad, stond in voor het onderhoud en de herstellingen van het rollende materieel van de Belgische staatsspoorwegen. Ook werden er in samenwerking met de privé-sector, locomotieven en rijtuigen gebouwdof omgebouwd. Dit staatsbedrijf kende een spectaculaire expansie en groeide uit tot een mammoetonderneming, met een voor Mechelen ongekende concentratie van arbeiders.

Al in 1846 werkten er ongeveer 500 arbeiders, in de jaren 1880 ruim 2.500, in de jaren 1890 3.500, waarna de werkgelegenheid tot aan de Eerste Wereldoorlog stabiel bleef. Dit betekende dat rond de eeuwwisseling één kwart van de Mechelse industriearbeiders in deze spoorwegfabriek werkten.

In het Arsenaal (Centrale Werkplaats van de Spoorwegen) in Mechelen, was er ook een pompierskorps aanwezig, dit korps mocht ook in de binnenstad optreden indien het nodig was.

Van een voorloper van het latere pompierskorps kan men spreken sinds 27 juli 1839 wanneer de toenmalige Minister van Openbare Werken Nothomb een reglement uitvaardigt waarbij een korps van 41 brandweerlieden van de Centrale Werkplaats der Spoorwegen opricht.

In 1866 werd dit korps uitgerust met een stoompomp, 32 jaar eerder had de stad Mechelen zelf haar eigen stoompomp aangekocht. Over hoeveel pompen en materiaal het korps beschikte is niet bekend.

Merkwaardig is wel dat de stad Parijs in 1870 na de Frans-Duitse oorlog beroep deed op dit korps voor het blussen van de vele branden die ganse wijken verwoestten.

de mannen van 't ArsenaalIn 1894 werden grote herstellingswerken uitgevoerd aan de stoompomp van het Arsenaal, te gelijkertijd wordt de brandweerdienst gereorganiseerd.

Bij iedere grote brand die in de stad Mechelen uitbrak werd steeds een beroep gedaan, zelf tot voor de Eerste Wereldoorlog op het brandweerkorps van het Arsenaal. Zelfs de omliggende gemeenten profiteerden meer dan eens van de bekwaamheid van deze pompiers.

Top op vandaag heeft de Centrale Werkplaats in Mechelen nog altijd een eigen brandweerploeg. Bij kleine incidenten kunnen zij alsnog steeds ingrijpen, al moet wel gezegd worden dat bij het minste alarm in de werkplaatsen de alarmcentrale van de Mechelse brandweer steeds wordt verwittigd.

De brandweermannen werden vooral gekozen tussen de personen die woonden in de omgeving van Hanswijk de Bercht of in de buurt van de werkhuizen. Bij brand of een ramp werden ze ’s nachts door de nachtwaker opgeroepen. In de dag kwam een portier hen verwittigen. De brandweeroefeningen waren steeds op maandag om half vijf in de middag. De pompiers trokken per maand een dagloon extra. Na afloop van een brand of ramp hoefden ze niet meer te gaan werken voor de rest van de dag.

Organisatie
't Arsenaal

De centrale constructiewerkplaats van de spoorwegen werd aan de Leuvensesteenweg geopend op 13 april 1836. Omdat het beheer in handden was van de nationale overheid, waren de werknemers staatswerklieden. Dat betkende voor de meeste arbeiders gelijke rechten, hoge werkzekerheid en vastgelegde loonbarema's per functie.

De nationalisering van de particuliere sporlijnen vanaf 1870 zorgde voor meer produktie en werkgelegenheid in het Arsenaal. De bedrijfsopervlakte en installaties werden voortdurend uitgebreid.

Zo verdubbelde de oppervlakte tussen 1885 en 1901 van ongeveer 25 naar 50 ha. Het Arsenaal maakte gebruik van de moderne technologie.

Het beschikte bij voorbeeld over mechanische draaibanken, boormachines, freesmachines, automatische stoomhamers, machines die automatisch klinknagels produceerden enz. Kortom het Arsenaal betekende de definitieve doorbraak van de Industriële Revolutie in Mechelen.

Het belangrijkste Mechels spoorwegbedrijf was echter Cabany & Cie, dat in 1872 zijn produktie vanuit Gent naar de spoorwegstad Mecheen verplaatste.

In 1880 vormde het zich om tot een naamloze venootschap. Ateliers de Construction de Malines, met een kapitaal van 1.250.000 Bfr.

Tussen 1872 en 1884 steeg de werkgelegenheid van ongeveer 200 naar 600 arbeiders.

Nuttige links
Wist je dat?

In het Arsenaal (Centrale Werkplaats van de Spoorwegen) in Mechelen, was er ook een pompierskorps aanwezig, tot op vandaag is dat nog steeds het geval. De brandweermannen werden vooral gekozen tussen de personen die woonden in de omgeving van Hanswijk de Bercht of in de buurt van de werkhuizen.