Brandbestrijding na 1830

In Mechelen werd in 1839 de maatschappij "HULP IN GEVAAR" gesticht en uit hun verslagen kunnen we opmaken dat " de dienst der brandweer goed is verzekerd en dat de materiële uitrusting in goede staat is. Het is de stad Mechelen die deze dienst verzorgt.

De administratie der spoorwegen heeft een tweede dienst opgericht in het vroegere centraal station en dit volgens de toenmalige voorschriften van de Minister van Openbare Werken Nothomb.

De spoorwegen stonden toen in hun volle ontwikkeling en Mechelen werd het centrum van de rijtuigmakerij (tegenwoordig het huidige ARSENAAL).

vrijwillig korps BattelDeze brandweerdienst werd zo samengesteld, dat zij aan de stadsbrandweer hulp kon bieden. Dit was wederzijds.

Een belangrijke vooruitgang merken we op tussen 1844 en 1845. De techniek staat niet stil en het materieel der brandweerpompen wordt sterk verbeterd. De stoommachine wordt niet alleen een vaste waarde voor de treinen, maar doet ook zijn intrede bij de brandweer.

In 1894 wordt de organisatie die tot dan toe de brandweeropdrachten diende te vervullen ontbonden. In 1885 verschijnt er namelijk een KB dat alle bestaande brandweerkorpsen ontbindt, maar eveneens voorziet in de oprichting van " NIEUWE GEWAPENDE KORPSEN ".

In Mechelen worden er twee afdelingen opgericht, één in " BATTEL " en één op " NEKKERSPOEL ". Vanaf dat ogenblik worden ook de eerste elektrische bellen in dienst genomen op 16 december 1895 met gunstig gevolg, zodat er een vlugger optreden van de pompiers mogelijk was, met uiteraard een beperking van grotere rampen. Die periode kent de stad Mechelen een bevolkingsaangroei, waardoor het aantal woningen jaarlijks fel steeg. Daarenboven kreeg men ook meer en meer industriële activiteiten. Het gevolg hiervan was een uitbreiding van het brandweerkorps en de aankoop van degelijker materiaal.

1920Foto rechts : Het gewapend Mechels pompierskorps in 1920 op het St Romboutskerkhof, met commandant. A Hertsens in het midden. Het korps was toen gevestigd in een deel van de Lakenhalle, de Bauwenstoren in de Hallestraat.

Tot circa 1914 moest bij alarm eerst een politieagent per fiets ter plaatse gaan om vast te stellen of de hulp van de pompiers wel strikt noodzakelijk was. Zo ja, dan moest men nog eerst de paarden van de reinigingsdienst afhalen op de Winketkaai, om de stoompomp voort te trekken.

En wanneer er dan toch nog iets te blussen viel, konden onze spuitgasten uiteindelijk hun taak beginnen. In het allereerste begin werd soms ook beroep gedaan op de paarden van huurhouder Sas in de Muntstraat.

In 1913 werd een kontrakt opgesteld tussen de stad en de huurhouders ED.Verbruggen, Korte Hairgracht en Wed. Janssens, Louisastraat, waarin bepaald werd dat zij voor de som van 2.500 Fr jaarlijks door de stad te betalen, verplicht waren tot het vervoer van alle lijken van de behoeftigen en van de kinderen beneden de drie jaar oud, tot het vervoer van het blusmateriaal bij eerste "seinbelling". De stoompomp zelf bleef wel steeds gebruiksklaar. De huisbewaarder van de brandweerkazerne moest ze regelmatig opvullen en op druk houden. Stel je voor dat men ook nog eerst de stoomketel zou moeten opwarmen !

Na de tweede wereldoorlog kwam men tot de bezinning dat, rekening houdende met de industrialisatie en de wederopbouw van de stad Mechelen (zij was meermaals het doelwit van zware bombardementen gezien de ligging van het Arsenaal en het Bommenkot in onze stad).

Een brandweerkorps op basis van enkel vrijwilligers was niet meer haalbaar. In de jaren na de 2e wereldoorlog werd een nieuw brandweerkorps opgericht waarvan de kern bestond uit heel wat vrijwilligers van de vroegere tijden.

In 1949 werd de basis gelegd van het huidig beroepsbrandweerkorps van Mechelen.

Foto rechts : Op 7 juli 1952 werd de nieuwe brandweerkazerne aan de Dageraadstraat officieel ingehuldigd.

Mechelen kreeg in die periode een professioneel brandweerkorps met modern materieel.

In 1967 verscheen een nieuw KB dat tot nog toe de basis vormt van de organisatie van de brandweer en de rampbestrijding in ons land. Hierin werden diverse bevoegdheden toegekend, niet alleen aan de Burgemeesters, maar ook aan de Provinciegouverneurs en de Minister van Binnenlandse Zaken. Vanaf dat ogenblik krijgen bepaalde brandweerdiensten een gewestelijke bevoegdheid en dienen zij in te staan voor de bescherming van naburige gemeenten.

Zo is ook ons korps een groepscentrum van een gewestelijke groep. Het korps van Mechelen beschermt niet alleen de stad zelf, maar ook naburige gemeenten zoals, Bonheiden, Rijmenam, Sint Kat en OL Vrouw Waver.