Evolutie en geschiedenis van het brandweerkorps

Napoleon en Willem I

Op 21 maart 1804 voerde Napoleon Bonaparte een burgerlijk wetboek in, dat bekend is geworden als de Code Napoleon of de Code Civil. Het wetboek heeft veel invloed gehad op het Europese recht en de rechtspraak. Een beknopt artikel over de geschiedenis en betekenis van de Code Napoleon.

Onder het Frans bewind verschenen op het einde van de 18e eeuw de Decreten van 14 december 1789 en 24 augustus 1790 uitgevaardigd door Napoleon en die de brandbestrijding duidelijk toewezen als een verplichting voor de gemeente. Bij het uitroepen van onze onhafhankelijkheid in 1830 en het samenstellen van de Belgische Grondwet werden deze Decreten overgenomen en voorzagen zij de verplichting om per gemeente een brandweerdienst op te richten.

Alle Franse wetten en instellingen werden nu ook in deze Belgische gewesten van kracht. Dit was ondermeer het geval met het Decreet van 7 Pluviose, jaar V dat de wetten van 16 en 24 augustus 1790 van toepassing maakte in België.

 NapoleonDeze stelden dat het tot de gemeentelijke taken behoort art.3: De politietaken, en de zorg om door gepaste maatregelen te nemen brand te voorkomen. De gemeente kreeg hierdoor de wettelijke plicht per gemeente brandweerkorpsen op te richten. Maar dat deden ze lang niet meteen.

Pas in het jaar VIII van de Republiek (1800) richtte de gemeenteraad van Brussel op uitdrukkelijk verzoek van de prefect van het Departement Dijle (de voorlopers van onze huidige provincie-gouverneurs) een 100 man sterk brandweerkorps op dat gewapend en beroeps was.

Het was dus de politie-brandweer. Op 8 mei 1804 werd te Gent, naar het voorbeeld van Brussel een 'Garde Muncipale' een soort (Burgerwacht) opgericht. Deze 'Garde Muncipale' werd in 1805 vervangen door een 'Compagnie de la Rèservè, die naast het blussen van branden ook nog de wachtdienst in de gevangenissen en in de prefectuur moets verrichten. Te Gent werd op 2 februari 1809 de 'Gardes-pompiers' opgericht, dat zich zowel als het vorige orgaan met politie en brandweer zou bezighouden.

Onder het Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) zou er niet veel wezenlijks veranderen. Willem I nam de organisatie van Napoleon over. Hij versterkte ze hier en daar. In 1822 werd te Luik een nieuw reglement van kracht waardoor een compagnie van 35 wachters brandweermannen kon worden ingezet. ze kregen de speciale opdracht om, naas het verwittigen bij en het bestrijden van brand tevens te waken over de orde onder het publiek en over de openbare en privè eigendommen. We komen stillaan in het bourgeois-tijdperk.

Onafhankelijk België

Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd tegen het Hollands bewind werden overal in België Burgerwachten opgericht. Ze waren vooral bedoeld om oproer van de Orangisten (voorstanders van het Koninkrijk der Nederlanden) en van stakende en morrende arbeiders te bestrijden. Dit was ook het geval in Mechelen.

Brussel 1830Binnen de overal opgerichte Burgerwachten groeide vaak en op vele plaatsen een echte brandweer. Dit was het geval te Doornik,Borgerhout, Pèrulwez, Chimay, Laken en Virton. Deze Burgerwacht zou in de loop van de 19e eeuw een kwade reputatie krijgen.

Zij bestond uit gegoede burgerij en trad vooral op bij stakingen tegen arbeiders. Zo kon de Burgerwacht ook beslissen waar eerst hulp werd geboden, en dat was natuurlijk aan de industrieën en de eigenaars van huizen.

Begische gemeentewet van 1836

In deze werd voorzien in de oprichting van gewapende brandweerkorpsen, onafhankelijk van de Burgerwacht, en ook in ongewapende brandweervrijwilligers. Deze mogelijkheid bestond letterlijk alleen in grote gemeenten en steden. De overgrote meerderheid van deze korpsen werd uitsluitend gevormd uit vrijwilligers, wat ook vandaag nog seeds het geval is.

Er waren gemeenten die over geen brandweer beschikten. Deze moesten bij brand een beroep doen op de korpsen van de naburige gemeenten, wat tijdverlies tot gevolg had en totaal inefficiënt was.

Na de Eerste Wereldoorlog werden op 17 juni 1920 de Burgerwachten afgeschaft. In acht gemeenten bleef het brandweerkorps daarvan bestaan: te Doornk, Anderlecht, Molenbeek, Izegem, Lauwe, Temse, Wevelgem en Jemelle.

Uiteindelijk werd op 15 maart 1935 een wet van kracht die met het oog op het uitbreken van een eventuele oorlog, de bescherming van de burgerbevolking in tijd an oorlog tot doel had.

Er zou een vlotte organisatie komen van de brandweer; deze zou beschikken over modern materieel en de districten van hun operaties zouden nauwkeurig worden vastgelegd.

Door deze wet werden de gemeenten verplicht een brandweer te hebben en zoniet zich te verstaan met een aangrenzende gemeente die snel kon uitrukken. De wet voorzag echter niet in sancties tegen de gemeenten die zich onbezorgd gedroegen en steeds maar een beroep deden op anderen. Financieel werd deze toestand ook onhoudbaar voor gemeenten met een brandweer.

Toen op 10 mei 1940 de oorlog uitbrak, bleek dat de wet van 1935 slechts gedeeltelijk was uitgevoerd. Tijdens de bombardementen op steden, werd nog maar eens bewezen hoe gebrekkig het merendeel van de brandweerkorpsen was uitgerust. Het zou duren tot de gouden jaren zestig tot de gemeenten overgingen tot financiële inspanningen om hun brandweerkorpsen met het allernoodzakelijkste materieel uit te rusten.

Oude Tijden
Willem I

Willem Frederik Prins van Oranje-Nassau (Den Haag, 24 augustus 1772 – Berlijn, 12 december 1843), was de eerste Koning der Nederlanden uit het huis Oranje-Nassau.

Op 16 maart 1815 riep hij zichzelf uit tot koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en hertog van Luxemburg, waarna hij op 21 september 1815 in Brussel werd ingehuldigd als Koning.

Willem I

 

Koning Willem I kon gebruikmaken van de bestuurlijke infrastructuur die het Franse Keizerrijk en het Koninkrijk Holland hadden achtergelaten. De initiatieven die door Napoleon rond de verbetering van de infrastructuur, de waterwegen en de overdracht van de kerken aan de belangrijkste religieuze groep ter plaatse in gang was gezet werden door Koning Willem I voortgezet.

Later ontwikkelde Willem I zichmeer als een autoritaire vorst omdat hij zich door de Staten-Generaal gedwarsboomd zag in zijn vernieuwende ideeën. De regering zou om het jaar in 's-Gravenhage en in Brussel resideren. Voor de koning werd een nieuw Koninklijk paleis in Brussel gebouwd. Willem I kon zodoende beschikken over een stadsresidentie te Brussel.

Willem handhaafde als absoluut monarch en verlicht despoot de hervormingen uit de Franse Tijd. Willem was een ondernemer die sterk investeerde in de industrie in het zuiden van zijn land. Hij was oprichter en aandeelhouder van de later Belgische Generale Maatschappij. Willem steunde William Cockerill in 1817 in Seraing bij de bouw van de grootste stoommachinefabriek in Europa.

In Vlaanderen werd Nederlands de officiële taal, tot ongenoegen van de in sterke mate verfranste burgerij. Willem stuurde in 1831 een leger naar België om Brussel te heroveren. Deze Tiendaagse Veldtocht werd ondanks aanvankelijke successen een fiasco, omdat de Franse koning troepen stuurde om de intussen ingezworen koningLeopold te helpen.

Nuttige links
Wist je dat?

In 1796 werden de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik definitief bij Frankrijk aangehecht.

De decreten van Napoleon stelde dat elkde gemeente de wettelijke plicht had per gemeente brandweerkorpsen op te richten. Maar dat deden ze lang niet meteen.