Slangbrandspuiten

Omdat in de oude bibliotheek van de stad Mechelen, horend bij het archief zich een exemplaar van het belangrijkste boek van de Jan Van der Heyden bevindt, mag men met enige zekerheid vermoeden dat er op zijn minst enige belangstelling bestond voor zijn uitvinding.

In zijn tijd bestonden er reeds persspuiten. Steeds werden na elke zware brand maatregelen getroffen om dergelijk voorval in de toekomst te vermijden. Bij elke brand werden voorschriften uitgewerkt om brandbestrijding te organiseren of om maatregelen te treffen om brand te voorkomen.

De eerste wetten van onze moderne tijd verschenen onder keizer Karel V. De brandbestrijding, zoals Jan Van der Heyden deze in zijn jonge jaren meemaakte, bestond uit een lange rij burgers en brandweerlieden, waarvan de eerste tot aan zijn middel op een ladder in het koude water van de gracht stond en daar lederen emmers met water vulde, die via een mensenketting werden doorgegeven naar de plaats van de brand.

Jan van der HeydenMeer dan 300 jaar geleden, in 1691 verscheen het eerste echte boek over brandbestrijding en de taktieken daarbij van de hand van Jan van der Heiden te Amsterdam. Hij was samen met zijn broer Nicolaas, verantwoordelijk voor de revolutionaire aanpassingen van de handbrandspuit, waarbij het gebruik van brandslangen het meest in het oog lopende was.

In 1671 kreeg hij na een jaar koortsachtig onderzoek een octrooi op de "slangpomp", die de menselijke ketting overbodig maakte. Met de slangpomp kon water uit de gracht worden gepompt en via een slang naar de persspuit worden vervoerd.

Nog revolutionairder was het vervolg op de slangpomp : "de slangbrandspuit". Hierbij was ook een slang aan het andere eind van de perspomp bevestigd. Deze slangen, gemaakt van leder of linnen, stelden de brandweermannen in staat met het mondstuk in de hand en de slang achter zich aan het pand waar de brand woedde binnen te gaan.

Door de brandspuit op vier wielen te zetten, was deze gemakkelijker te vervoeren dan de oude spuiten. Het patent voor de "slangbrandspuit werd pas in 1677 verleend".

Wanneer de stad Mechelen overging tot de aankoop van dergelijke slangbrandspuiten is niet bekend. Een feit is echter dat er op het einde van de 18 eeuw een hele verzameling bij de stad in gebruik waren.

Daardoor werd het eindelijk mogelijk om het vuur dáár te blussen, waar het was en liefst nog binnen. Daarnaast zetten de bebroeders Van der Heiden een brandweerorganistaie op die in 1685 operationeel werd en tot 1874, met slechts marginale wijzigingen in stand bleef. De doeltreffende handbrandspuiten én het organisatiemodel vonden overal in de wereld navolging.

Pas in 1997 werd het boek van de Van der Heidens echter voor het eerst in het Engels vertaald. Op dit moment (21 ste eeuw) is er een herbezinning op gang gekomen over de zogenaamde binnenaanval, waarbij de brandweer een brandend gebouw ingaat om het vuur dáár te blussen, waar het is.

Onder het Frans bewind verschenen op het einde van de 18 eeuw de Decreten van 14 december 1789 en 24 augustus 1790 uitgevaardigd door Napoleon en die de brandbestrijding duidelijk toewezen als een verplichting voor de gemeente. Bij het uitroepen van onze onhafhankelijkheid in 1830 en het samenstellen van de Belgische Grondwet werden deze Decreten overgenomen en voorzagen zij de verplichting om per gemeente een brandweerdienst op te richten.

In 1935 verscheen dan in België het eerste Koninklijk Besluit over de organisatie van de brandweerdiensten. Deze wetgeving en de ganse organisatie van de brandweerdiensten werd later grondig herzien in 1963, doch het blijft op heden nog steeds een verplichting van de gemeente om zijn bevolking te beschermen tegen de gevaren en risico's van brand.