Gemeenteraad van 1888

brandreglementIn 1888 moet onze vrijwillige brandweer ook niet "dat" zijn geweest, wanneer we een interpelatie van raadslid Ryckmans mogen geloven, hij citeerde : Er zijn vele klachten over onze pompiers, bijna altijd komen de pompiers te laat, drie kwart of een uur nadat de brand zich verklaarde.

En als de pompiers dan willen beginnen blussen wordt men gewaar dat het materiaal niet deugt en onbruikbaar is. De pompen werken niet, de darmen barsten, hier is het een sleutel die niet past, ginder is het wat anders, en intussen brandt alles lustig en ongehinderd verder.

De politie wordt eerst verwittigd, doch indien de brand niet al te hevig is en bijgevolg in de lucht (vanuit de Sint Romboutstoren) moeilijk kan opgemerkt worden, zendt men eerst een politieagent uit om te gaan zien of de brand wel echt bestaat en niet uitgevonden werd door een grappenmaker.

Als er dan geen twijfel meer bestaat, worden er 2 of 3 agenten uitgezonden om in gans de stad de pompiers te gaan verwittigen dat het brandt.

Die pompier moet dan eerst naar het 'brandspuithuis' komen om zijn uniform aan te trekken. Veronderstel nu, zo ging onze interpelaat verder, dat het brandt in de Stationstraat waar toevallig de pompier woont, dan moet de man eerst naar het spuithuis lopen in de Hallestraat lopen om zijn uniform op te halen en dan teruglopen naar zijn eigen straat om te blussen.

Wij zijn 50 jaar achteruit op alle andere Belgische steden. Tijdens de gemeenteraad van 14 december 1888 werd beslist om het toenmalige "vrijwillige pompierskorps"af te schaffen en een volledig nieuw brandweerkorps op te richten.

Instelling en organisatie van het vrijwillig gewapend pompierskorps

Reglement van 28 juni 1894

Art.1 / Er wordt te Mechelen een gewapend korps van vrijwillige pompiers tot stand gebracht. Het korps, ingericht bij toepassing van Art.128 der wet van van 30 maart 1836, staat onder het gezag van de Burgemeester. Het is belast met de dienst der brandweer en kan als Burgerwacht opgeroepen worden voor het handhaven der orde en openbare rust.

Art.2 / Het korps is samengesteld uit ten hoogste 100 man, kaders inbegrepen. Deze bestaan uit :

  • 1 kapitein-bevelhebber
  • 1 luitenant
  • 2 onder-luitenanten
  • 1 geneesheer
  • 1 sergeant-majoor
  • 1 sergeant-fourier
  • 6 sergeanten
  • 12 korporaals
  • 4 klaroenen

Art. 3 / Om aanvaard te worden als pompier moet men minder dan 40 jaar oud zijn, voldaan hebben aan de militiewetten, een getuigschrift afleveren van goede lichaamsgesteltenis, afgeleverd door de korpsarts, een gestalte hebben van minstens 1,55 m. De pompiers die de ouderdom van 65 jaar hebben bereikt, ontvangen hun eervol ontslag.

Deze twee laatste bepalingen zijn niet toepasselijk aan de leden van het thans bestaande pompierskorps, die in het nieuwe korps dienst nemen.

Art.4 / De officieren worden benoemd door de Koning, op een driedubbele lijst van kandidaten ingediend door de gemeenteraad.

Art. 5 / De onderofficieren en korporaals worden benoemd door het College van Burgemeester en Schepenen, op een dubbele lijst van kandidaten ingediend door de bestuurraad van het korps.

Art. 6 / De pompiers en klaroenen worden aanvaard door het College van Burgemeester en Schepenen, nadat de bestuurraad vastgesteld heeft dat zij de vereiste vakbekwaamheid bezitten.

Art. 7 / Elk lid van het korps gaat de schriftelijke verbintenis aan de bepalingen van het reglement na te leven gedurende ten minste vijf jaar. Een lid dat zich buiten de stad gaat vestigen, is van rechtswege ontslagen. Een lid dat voor het einde van zijn verbintenis zijn ontslag zou nemen, zal aan de stad een som van 50 frank moeten betalen.

Art. 8 / De officieren kunnen slechts afgesteld worden door de Koning.

Art. 9 / De straffen toepasselijk aan de onderofficieren, korporaals, klaroenen en pompiers zijn :

  • de berisping met melding op het kontrol
  • de opschorsing
  • uitsluiting

Deze straffen worden toegpast door het College van Burgemeester en Schepenen op voorstel van de bestuursraad.

Art.10 / De bestuursraad van het korps is samengesteld uit :

  • de burgemeester voorzitter
  • de stadsbouwmeester
  • twee gemeenteraadsheren
  • de officieren van het korps
  • een onderofficier, dd.schrijver
  • een korporaal
  • twee pompiers

Art. 11 / De twee gemeenteraadsheren en de onderofficier schrijver worden aangeduid door de gemeenteraad voor een termijn van drie jaar, de korporaal en de twee pompiers worden bij meerderheid va stemmen gekozen door de onderofficieren voor een termijn van drie jaar.

Art. 14 / Na iedere brandramp doet de kapitein-bevelhebber of zijn plaatsvervanger verslag aan de bestuursraad.

Art. 16 / Het uniform van de leden van het pompierskorps, bestaande uit een grote tenue en een werktenue, wordt geregeld door het Schepencollege mits goedkeuring van de Gouverneur.

Art. 17 / De grote tenue wordt aangekocht en onderhouden op kosten van de leden van het korps en blijft hun eigendom.

Art. 19 / De bewapening der officieren is op hun eigen kosten, die van de onderofficieren, korporaals en pompiers wordt door de stad geleverd.

Art. 20 / De werkkleding en bijhorigheden worden ook door de stad geleverd en blijft haar eigendom.

Art. 21 / De leden van het korps zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het onderhoud der wapens, de herstellingen die eventueel moeten gebeuren zijn op kosten van de stad, indien zij veroorzaakt zijn tijdens de dienst.

Art. 22 / De dienst van het pomierskorps is belast met :

  • de hulp in geval van brand
  • de oefeningen en wapenschouwingen
  • de requisitiën gedaan volgens Art.105 der wet van 30 maart 1936
  • de Burgemeester mag het korps doen optreden in openbare gemeentefeesten

Art. 23 / Zodra een brand zich in de stad verklaart, worden de leden van het pompierskorps hiervan onmiddellijk verwittigd bij middel van een elektrische bel.

Art. 24 / Op het eerste sein begeeft zich een sectie van 12 aangeduide mannen naar het brandspuithuis om met het materiaal te vertrekken.

Art. 25 / De overige mannen begevn zich rechtstreeks van hun huis naar de plaats van de brand.

Art. 26 / De sectie belast met de orde-en politiedienst, begeeft zich gewapend ter plaatse van de brand, sluit de straat af ten einde alle belemmering te voorkomen, waakt over het materieel en laat bij de brand slechts de personen toe die er uit hoofde van hun beroep of ambt bij geroepen zijn.

Art.27 / Na iedere brand stelt de sergeant een lijst op der leden die aanwezig waren en deelt deze uit aan de kapitein-bevelhebber die ze bij het verslag voegt.

Art. 28 / de oefeningen worden geregeld door de bestuursraad en hebben zoveel mogelijk plaats alle maanden. Al de leden zijn verplicht deze bij te wonen.

Art. 30 / Tweemaal per jaar wordt door de bestuursraad een wapenschouwing plaats hebben die verplicht is voor al de leden.

Art. 31 / De leden van het korps kunnen van het bijwonen van oefeningen, wapenschouwingen of andere diensten van het korps slechts ontslagen om wettige reden en door de uitdrukkelijke toelating van de kapitein-bevelhebber.

Art. 32 / Viermaal per jaar zal de kapitein-bevelhbber of zijn afgevaardigde de werkleding en bijhorigheden inspecteren.

Art. 33 / Het is de pompiers verboden zich buiten hogervermelde gevallen hetzij afzonderlijk, hetzij gezamelijk in tenue en gewapend te vertonen, zonder uitdrukkelijke toelating van de Burgemeester. In geval van afsterven van een lid van het korps, is het toegestaan de afgestorvene de militaire eer te bewijzen. Deze dienst is niet verplicht.

Art. 34 / Het is aan de leden van het korps verboden gezamelijk de stad te verlaten zonder toelating van de Burgemeester. In dergelijk geval zal er altijd een sectie van tenminste 10 man moeten in Mechelen blijven om desnoods in de eerste nodwendigheden te voorzien.

Art. 35 / Er zal bij het pompierskorps een muziekkorps kunnen ingericht worden. Het reglement van dit korps, evenals alle bijzondere reglementen betreffende het pompierskorps moeten na goedkeuring van de Gemeenteraad onderworpen worden.

Art. 40 / De bepalingen van het nieuwe reglement betreffende de grote tenue en het optreden tot handhaving der orde en in openbare plechtigheden, zijn niet van toepassing op de leden van het vorige pompierskorps, die meer dan 40 jaar oud zijn. Deze hebben nochtans het recht zich naar de schikkingen te gedragen. Het tegenwoordig reglement zal aan de goedkeuring van de Koning onderworpen worden overeenkomstig art.128 der gemeentewet.

Gedaan in zitting van de Gemeenteraad te Mechelen op 28 juni 1894 door de secretaris L. De Bruyne en de Burgemeester-Voorzitter Frans Broers.