logo

Het vrijwillig gewapend pompierskorps

Zoals bekend bracht het ten top gedreven nationalisme van de Belle Epoque ook een extreem militarisme met zich, hieruit vloeide de Eerste Wereldoorlog uit.

Ontstaan van de gewapende korpsen in België

Als Brussel vanaf 1800 beschikte over een korps van politieagenten-brandweerlieden waarvan een gedeelte in een kazerne ondergebracht was, dan was dat onder de rechtstreekse invloed van de stad Parijs die zijn brandweer op militaire voet inirichtte.

De wet van 1836 heeft deze tendens bekrachtigd door officieel aan de gemeenten toe te staan dat ze mochten kiezen voor een gewapende of ongewapende brandweer.

gewapend korps op de binnekoer van het stadhuisDe gewapende brandweer maakte het mogelijk de financiële problemen te boven te komen, die eigen zijn aan de oprichting van een brandweerkorps, want hij werd rechtstreeks gesubsidieerd door het Koninkrijk, hetgeen verklaart dat de gewapende brandweerlieden in de regel beter uitgerust waren dan hun collega's die niet gewapend waren.

In feite waren de gewapende brandweerlieden verplicht tot aanvullende taken, zoals het handhaven van de openbare orde. Brussel, Antwerpen, Luik, Gent, Oostende en ook Mechelen zullen dit systeem kiezen, dat pas door de Wet van 31 december 1963 officieel afgeschaft zal worden.

In diezelfde sfeer waarin ook de gewapende Burgerwacht hoge toppen scheerde, kon het moeilik anders of ook de met uniformen uitgedoste pompiers gingen meer en meer menen dat er iets, en meer bepaald een wapen aan hun uitrusting ontbrak (wat daar ook het nut mocht van zijn).

Waarom werd gekozen voor een gewapend brandweerkorps in Mechelen

Op 10 augustus 1894 wordt in Mechelen een gewapend brandweerkorps van vrijwilligers tot stand gebracht. Dit korps staat onder het gezag van de burgemeester. Het is belast met de dienst der brandweer en kan ter zelfde titel als burgerwacht opgeroepen worden voor het handhaven van de orde. Het korps is samengesteld uit ten hoogste 100 man, kaders inbegrepen.

De eerste bevelhebber van het gewapend korps was Kapitein Alfons Hertsens 1896 - 1930, zijn opvolger werd Jan Dogaer.

Het korps werd verdeeld in twee secties.

De ene is belast met de dienst der brandspuiten en de andere met orde-en politiedienst. Zodra er in de stad een brand was, werden de pompiers onmiddellijk verwittigd bij middel van elektrische bellen.
(Lees verder ...)

gewapende pompiersDe pompiers moesten ook gewapend optreden tijdens feesten en plechtigheden, maar zij konden ook ontboden worden voor schermutselingen en opstootjes waarvoor de toenmalige burgerwacht niet werd opgeroepen.

De argumentatie terzake in het verslag van de Bijzondere Commissie ter voorbereiding van de oprichting van dergelijk korps in 1891 was zeer spitsvondig. Werklieden werden nog steeds toegelaten en de werving geschiedde onder de meesters, voornamelijk uit de bouwnijverheid.

Voor hun aanwezigheid werd dan in ruil bij voorkeur het stadswerk toevertrouwd, want het Mechels korps is een vrijwilligers korps en de brandweermannen werden niet betaald.

In het reglement goedgekeurd door burgemeester Frans Broers op 28 juni 1894 stonden heel wat artikels die heel belangrijk waren voor de pompiers, twee ervan waren nl. art.33 en art.34, waarvan volgend citaat:

Art.33. Het is aan de pompiers verboden zich buiten hogervermelde gevallen hetzij afzonderlijk of gezamelijk in tenue en gewapend te vertonen, zonder uitdrukkelijke toelating van de burgemeester. In geval van overlijden van een lid van het korps is het toegelaten de afgestorvene de militaire eer te bewijzen, dit is echter niet verplicht. Art.34. Het is aan de leden van het korps verboden gezamelijk de stad te verlaten zonder toelating van de burgemeester. In dergelijk geval zal er altijd een sectie van ten minste 10 man in Mechelen moeten blijven om desnoods in de eerste noodwendigheden te voorzien.

1895-1896

Het gewapend korps is ondertussen één jaar opgericht en heeft ondanks de moeilijke taken die er mee gepaard gingen ondertussen grote vooruitgang geboekt. In 1895 werd de wacht ondergebracht in de Hallestraat. De Mechelse pompiers kregen toen ook een nieuw praktisch uniform. Gedurende het eerste jaar zijn er 19 oefeniingen geweest, waarvan 1 wapenschouwing; deze hebben bewezen dat de manschappen goed getraind zijn en dat de wapens goed donderhouden waren. Onder leiding van Lt.Gauthier werden de oefeningen met het brandmateriaal op een vlotte manier afgelegd.

Dankzij de speciale verwittiging door elektrische bellen die in werking werden gesteld op 16 december 1895, worden de brandmeldingen veel sneller bestreden.

Bewapening van het korps

In het begin oefende het korps nog met de wapens van de Burgerwacht die ze ter beschikking stelde. In de loop van de maand september 1896 zijn er door het ministerie van Binnenlandse Zaken 96 geweren en een onbepaald aantal sabels geleverd vanuit het Centraal Arsenaal der Vesting in Antwerpen voor het brandweerkorps. In 1911 werden deze geweren ingeleverd en vervangen door nieuwe. In dat zelfde jaar werd de beslissing genomen om een eerste stoombrandspuit aan te kopen.

1897-1898

In deze periode had het korps al 12 branden bestreden. Er werden enkele belangrijke wijzigingen aangebracht aan het reglement van het korps der Vrijwillige Pompiers. Er werd een tweede dokter benoemd en de verplichting voor de pompiers tot het aankopen van een galakledij werd afgeschaft, dit zou het korps toelaten het ledenaantal te vergroten.

Evolutie
1898-1899

Kapitein-bevelhebber Alfons Hertsens krijgt het burgerlijk ereteken van 2e klas. Bij K.B. van 30 maart 1898 werd het ontslag van Lt.Gauthier aanvaard.

De bestuursraad is samengesteld uit: de burgemeester, de stadsbouwmeester, 2 gemeenteraadsleden, de heren Wijckmans en De Vos, de officieren van het korps, één onderofficier D.D schrijver, een korporaal en 2 pompiers.

1900-1901

Er waren in deze periode 11 branden in de stad. Op 31 juni 1901 telde het korps: 5 officieren + 63 onderofficieren, korporaals en manschappen, een totaal van 68 leden.

Er was 1 stoompomp beschikbaar, evenals 3 handpompen, 900 m aan persslangen, een uitschuifbare ladder, een dienstkar voor het vervoer van de manschappen en gekwetsten.

Reeds in 1826 kregen de pompiers hun eerste stoompomp. Deze werd echter op stal gezet sinds de stad werd voorzien en aangesloten op de waterleiding.

1911-1912

De pompiers bestreden in dat jaar 5 branden in de stad. Het korps bestond op 30 juli 1912 uit: 5 officieren + 55 manschappen. Er werden dat jaar ook nog 50 schouwburgdiensten bewaakt.

Lees ook ...
Generic placeholder image

De grote stadsbrand in Chicago (Illinois) in 1871. Het hele verhaal op:

The Great Chicago fire

In het kader van een algemene tendens naar militarisme ging men denken aan de inrichting van een gewapend korps. De wet van 1836 heeft deze tendens bekrachtigd door officieel aan de gemeenten toe te staan dat ze mochten kiezen voor een gewapende of ongewapende brandweer.

(Frans voor: het mooie tijdperk) is een benaming voor de periode 1890-1914 uit de Franse geschiedenis. De naam werd geboren na de Eerste Wereldoorlog, toen men, getraumatiseerd door de slachtingen, met nostalgie terugkeek op een schijnbaar gouden tijdperk vóór het uitbreken van de oorlog, een tijd waarin onbezorgdheid en grote ontdekkingen Frankrijk in de ban hielden.