Oprichting van het eerste pompierskorps in 1822

Tot in 1822 bestond er een ordonantie waaraan alle burgers maar in het bijzonder de stadsmeesters zich moesten onderwerpen.

handpompArt.16 van dit reglement luidde : alle metsers, schaliedekkers en timmerlieden zijn verplcht op straf van boete zich bij brand onmiddellijk naar de plek van het onheil te begeven om het vuur te helpen blussen.

Op 25 februari 1822 onder Nederlands bewind werd te Mechelen het eerste brandweerkorps ingericht. Het bestond uit 6 vaste bedienden die onder bevel stonden van de bouwmeester-ingenieur van de stad.

Als materiaal beschikte men over 3 handpompen met elk twee bedienaars, één lanshouder of spuitgast en een helper. Deze pompen konden amper 200 liter water per minuut verzetten. De slangen waren slechts 7 m lang.

De uitrusting

Uit een openbare aanbesteding blijkt dat het materiaal van de brandweer in 1807 uit zes sets van 2 stuks, nl een brandspuit op een wagen met bijhorende kuip eveneens op eigen wagen.

Verder de nodige brandslangen, emmers, ladders enz ... In 1822 spreekt het "Brandreglement" van 5 grote spuiten, de eerste drie bediend door tien spuitgasten onder leiding van 2 vaste "bestierders", de laatste twee door twee spuitgasten en twee bestierders.

Verder was er een niet nader gespecifieerd aantal kleine spuiten. Brandhaken werden nog steeds zoals vroeger gebruikt om muren of daken neer te halen. Tonnen en kuipen werden bij de brouwers gehaald en vervoerd door hoveniers, voerlieden en mestrapers met paarden en karren.

Over hoeveel pompen en materiaal het pompierskorps van het Arsenaal beschikte is niet bekend. De spuiten werden toen nog steeds zoals vroeger ondergebracht in de Hallen (nu stadhuis).

Wederinrichting der vrijwillige brandweer

vrijwillig korps in 1887Tot de stichting van een vast pompierskorps werd overgaan in 1859.

Het korps bestond toen uit 30 manschappen waaronder een bevelhebber en 5 brigadiers.

De pompiers werden aangeworven onder de stadsmeesters en de wacht was gevestigd op de Grote Markt, (stadshallen) daar waar later het stadhuis werd opgetrokken.

Het materiaal werd vermeerderd en verbeterd. Vijf handpompen met groter vermogen, ladders, wagens en ander materieel werden aangekocht, en de brandweermannen die bij alarm in de wacht verzamelden en er hun uniform aantrokken werden per "char a bancs" naar de brand gebracht.

Aldus was een merkelijke verbetering ingevoerd, maar niet voldoende voor een stad als Mechelen.