Woord vooraf

Mechelen : donderdag, 08 december 2016

Goedemiddag beste bezoeker, leuk dat je een bezoek brengt aan mijn site. Het Mechels brandweerkorps bestaat reeds meer dan 200 jaar.

Op de volgende pagina's zal blijken hoe de strijd tegen het brandgevaar en het vuur in de loop der eeuwen gestadig vordering heeft gemaakt; hoe men door toepassing van steeds modernere technieken heeft geprobeerd de Mechelse bevolking voor dit soort rampen te vrijwaren.

De aandachtige lezer zal merken hoe reeds in de volle middeleeuwen de Mechelse Magistraat bij middel van ordonanties en reglementen een bewuste politiek van brandpreventie voerde. Dat daarbij alle lagen van de bevolking, maar vooral ambachten en gilden, werden betrokken, wijst op het in hoge mate sociale karakter van deze strijd. Niet altijd konden rampen voorkomen worden, maar men was wel verstandig genoeg om telkens uit de tegenspoed lessen voor de toekomst te trekken.

Ontstaan

Het oudst bewaarde reglement is dat van 1822. Er was toen in feite nog geen sprake van een echt brandweerkorps. Aan het hoofd stond de stadsbouwmeester en ale stadswerklieden waren verplicht mee te helpen tijdens het blussen.

Er waren ook occasionele vrijwilligers en de ambachtslieden zoals schaliedekkers, metsers en schouwvegers werden zeker en vast opgeroepen tijdens een brand.

Opvallend is wel dat, vooraleer er een korps van beroepsbrandweerlui tot stand kwam, het materiaal zowat overal in de stad verspreid werd bewaard. Pas vrij laat, in de 18e en 19e eeuw ging men meer en meer centraliseren, met name in de stadshallen van het stadhuis, later de Bauwenstoren.
[ Lees verder ...]

De familie Noëz - Cluytens en De Coster

Vanaf 1822 zien we de familie Noëz tot de jaren 1979 onafgebroken vuur helpen blussen bij de Mechelse brandweer. Jean Baptist Noëz, schaliedekker van beroep werd door het stadsbestuur van Mechelen tot eerste helper van spuit nr 1 benoemd in 1822. Alle andere mannelijke familieleden waren beurtelings schaliedekkers en ook popiers. Volgens het toenmalig politiereglement waren zekere beroepen of ambachten verplicht het nodige personeel te leveren.

Ze deden het niet slecht want van bijstand eerste spuit in 1822, tellen we onder hen een brigadier, een wachtmeester, enkele korporaals, een sergeant, een adjudant, een luitenant en zelfs een kapitein bevelhebber.
Drie onder hen hielden het dertig jaar en meer uit, zoals de laatste van de Noëz 39 jaar !
[ Lees verder ... ]

Een woord van dank is zeker gepast aan Andrea en Herbert Noëz voor de informatie die zij vrijgaven.

Verschillende locaties door de jaren heen

In de 18 en 19 eeuw was de kazerne gelegen in de Bauwenstoren (nu het huidige stadhuis), tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuisde men naar het Berthoudersplein, daarna ging men naar de Minderbroedersgang, (Hooimagazijn).

In de periode van het gawapend korps, tot bij de Tweede Wereldoorlog was het materieel ondergebracht in het zogenaamde "Hooimagazijn", voorheen de Minderbroederskerk aan de Minderbroedersgang. In 1951 vestigde het nieuwe brandweerkorps zich in de lokalen van de voormalige meubelfabriek "La Ligna" in de Dageraadstraat, waar het nog steeds gevestigd is.
[ Lees verder ...]